Digitale leeromgeving

ICT is niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Al onze leerlingen krijgen meer dan ooit te maken met een gedigitaliseerde samenleving. Het is daarom niet meer dan logisch dat wij onze leerlingen op deze situatie voorbereiden.

De leerlingen werken met verschillende devices; laptops, chromebooks, tablets etc. Leerlingen kunnen van alle devices gebruik maken en inloggen in hun leeromgeving.

Onze school heeft als visie dat ICT binnen het onderwijs nooit een doel op zich mag zijn, maar dat het altijd ondersteunend voor het onderwijs dient te zijn. ICT fungeert als middel om doelen te bereiken. Er wordt gestreefd naar het bevorderen van het gebruik van ICT als integraal onderdeel van het leerproces. Vanuit deze visie willen we hieronder enkele kernbegrippen benoemen waarbij we iets uitvoeriger ingaan op de rol die ICT hierbij kan vervullen.

Gynzy
Wij werken in de groepen 3 t/m 8 met Gynzy. Gynzy is een adaptieve leeromgeving voor basisschoolleerlingen. Met de software kunnen lessen digitaal ondersteund worden aangeboden, waarbij leerkrachten op het digibord interactieve instructie kunnen verzorgen en leerlingen op eigen niveau met opgaven kunnen oefenen. Wij maken gebruik van persoonlijke leerroutes, de leerkracht houdt hierbij de regie. Binnen Gynzy heet dat werken in de werelden. Wij maken dus geen gebruik van klassieke lesmethodes want alle leerlingen zijn verschillend en doorlopen en verwerken de leerstof ook op hun eigen manier en tempo.

ICT in relatie tot adaptief onderwijs
In de Gynzy leeromgeving worden leerlingen op diverse manieren gemotiveerd zichzelf te ontwikkelen door te oefenen. Hiervoor biedt Gynzy veel variatie in oefenvormen, heldere directe feedback, precies de juiste hoeveelheid uitdaging, inzicht in de eigen voortgang en erkenning van behaalde prestaties. Al deze elementen dragen bij aan een gepersonaliseerde leerervaring voor de leerling. Digitaal oefenen is wat Gynzy betreft meer dan alleen toetsen. Bij het oefenen is het leerproces van de leerling belangrijk. Dit leerproces wordt door Gynzy ondersteund met een tweede poging. Eerdere fouten worden in een eventuele derde poging ook gebruikt als extra leermoment.

ICT in relatie tot adaptief onderwijs
De software is adaptief en sluit daarmee aan bij de behoefte van elke leerling.
Zodra de leerling begint met werken, gaat het systeem ‘leren’ wat het niveau van de leerling is voor elk doel van de leerlijnen.
Na elk antwoord van de leerling wordt bepaald welke opgave met welk niveau daarna het meest geschikt is voor die leerling. Op die manier krijgt de leerling opgaven voorgeschoteld op zijn eigen niveau, binnen een les of leerdoel.

Om de adaptiviteit te maximaliseren zijn de leerdoelen leerjaaronafhankelijk.
Zo ontstaat een doorlopende leerlijn over de jaargroepen van de basisschool heen.
Het ene kind kan immers eerder toe zijn aan hogere leerdoelen dan een ander kind, bovendien kan dit per domein verschillen. De adaptiviteit van de software kan met de aansluitende leerdoelen en onderliggende voorwaardelijkheden leerdoel-overstijgend worden ingezet. Op deze manier draagt de software bij aan een optimale uitdaging voor de leerling.

ICT in relatie tot competentie
Competentie (“Ik kan het“) en autonomie (“Ik kan het zelf”). De computer geeft aan de leerling meer educatieve mogelijkheden om zelfstandig te leren, te communiceren, eigen initiatieven te nemen en zelf invloed uit te oefenen op wat hij doet. Hierdoor kan het gevoel van eigenwaarde en zelfrespect enorm groeien.

Hoeven kinderen dan straks helemaal niet meer te schrijven?
Zeker wel. De schrijflessen blijven. Schrijven is immers ook een manier om informatie in de hersenen op te slaan. Bij het leren lezen bijvoorbeeld is het leren schrijven van de letters en woorden een belangrijke factor om de letters te onthouden.

Ook zullen leerlingen blijven schrijven om bijvoorbeeld een som uit te rekenen. De bewerking schrijven ze in het schrift op, zodat de leerkracht kan zien en controleren op welke wijze een leerling een som  heeft uitgerekend. Op die manier is te achterhalen of de leerling de juiste stappen heeft genomen.

ICT in relatie tot de maatschappij en werken aan de toekomst
Mediawijsheid is één van de 21e eeuwse vaardigheden. Dit zijn 11 vaardigheden die leerlingen nodig hebben om mee te kunnen doen in de maatschappij van de toekomst.

Mediawijsheid omvat op zijn beurt 10 competenties die leerlingen nodig hebben om actief, bewust en kritisch deel te nemen aan de moderne mediasamenleving. Mediawijsheid staat voor het slim en verantwoord om kunnen gaan met online en offline media. Je moet daarbij doorhebben hoe media jouw dagelijks leven beïnvloeden en hoe je er het beste uit kan halen – voor jezelf en voor anderen.

Belang van mediawijsheid op school
Scholen en ouders hebben een rol om leerlingen mediawijs te maken, zodat zij op een verantwoorde en veilige manier internet en (sociale) media gebruiken, zich bewust zijn van risico’s en weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Denk bijvoorbeeld aan risico’s op het gebied van privacy, online pesten en schokkende beelden waarmee kinderen worden geconfronteerd.

Media kunnen grote invloed hebben en het medialandschap is continu in beweging. Het is belangrijk dat leerlingen hier kritisch mee leren omgaan en zichzelf vragen stellen als: wie is de afzender, hoe betrouwbaar is informatie en wat betekent het voor mij?

10 competenties mediawijsheid